Haptonomie en geboorte

De begeleiding start vanaf ongeveer twintig weken, wanneer het kindje groot genoeg is voor jullie om te kunnen voelen. Jullie, als individueel paar met je kindje, komen zeven keer voor de geboorte en één à twee keer na de geboorte bij mij.

Prénataal:

In het begin van de begeleiding zal vooral de beleving van de zwangerschap centraal staan en het contact maken met het kindje.
Door de moederschoot zacht en liefdevol aan te raken, nodigt de vader* in eerste instantie de moeder uit om gevoelsmatig te openen. Haar schoot verruimt en verzacht hierdoor. Deze samenspraak, dit gevoelsmatig openen van de beide ouders naar elkaar, zorgt ervoor dat de moeder het kind aan de vader toevertrouwt. Het kind zal dan naar zijn handen toekomen en hiermee vertrouwd raken. Dit contact zal het op zijn eigen specifieke wijze aan gaan. Op deze manier kan er al in een vroeg stadium een wederzijdse band ontstaan (moeder, vader, kind).

Centraal staat verder:

  • de beleving van de moeder bij het dragen van een kind in de schoot;
  • vertrouwd raken met elkaar (moeder, vader, kind);
  • gezamenlijk leren omgaan met verwarring, onzekerheid en fysieke klachten.

Later in de begeleiding leert de vader hoe hij de moeder kan ondersteunen in het geboorteproces, waarin overgave, meebewegen en loslaten sleutelwoorden zijn.
Jullie leren:

  • gevoelsmatig om te gaan met pijn;
  • samen om te gaan met het proces van ontsluiting en geboorte;
  • hechten en onthechten.

Postnataal:

Na de geboorte wordt de affectieve band tussen jullie en jullie kindje verder verdiept. Door als ouders goed te luisteren en te leren aanvoelen wat het wezen van dit specifieke kind is, kan het zich ontwikkelen tot een zelfstandig, authentiek mens. Jullie leren om op affectieve wijze jullie kind aan te spreken, te verzorgen en te dragen. Zo kan jullie kind vanuit een gevoelde zekerheid zijn eigen weg in het leven leren vinden.

N.B. In plaats van de vader, kan ook de partner (man of vrouw) ingevuld worden. Dit geldt ook voor hij/zij of zijn/haar.